Klimaat en geografie

Een belangrijke rol voor het beschermen van het wijnbouwgebied is weggelegd voor het zogenaamde ‘Massif Central’. De noordoostelijke uitlopers van dit gebergte zorgen er namelijk voor dat het gebied kan worden beschermd tegen niet alleen stormen, maar ook de winterkou. Een negatief punt is terug te vinden onder de vorm van de frequent voorkomende regen- en hagelbuien die deze regio vaak teisteren. In het bijzonder in de herfstmaanden is het voor de boeren veelal bang afwachten tot de hagelbuien zich laten voelen. 

Ergens halverwege de Beaujolais is het riviertje de ‘Nizerand’ terug te vinden. Deze vormt de geologische scheidingslijn tussen het noordelijke en het zuidelijke deel van de Beaujolais. In het noorden bestaat de grond uit een combinatie van enerzijds verweerde blauw en anderzijds roze graniet. De ondergrond staat er bovendien om bekend over een sterk mangaangehalte te beschikken. Er kan dus worden gesteld dat het de beste bodems zijn die deel uitmaken van de Beaujolais waarin de gamay druif het meest optimaal weet te gedijen. Het gebied kenmerkt zich als de Haut-Beaujolais. 

Het zuidelijke deel welke zich uitstrekt in de richting van Lyon luistert naar de naam ‘Bas-Beaujolais’. De bodem welke hier is terug te vinden is aanzienlijk vruchtbaarder. De overheersende, lichtere grond hier wordt gevormd door een hogere concentratie aan kalk, wat leem evenals zand.