De Beaujolais bestaat eigenlijk uit twee verschillende wijnbouwgebieden. We maken op dit vlak dan ook een onderscheid tussen de ‘Haut-Beaujolais’ en de ‘Bas-Beaujolais’. Beide regio’s treffen elkaar in het plaatsje ‘Villefranche-sur-Saöne’. De grenslijn tussen de twee regio’s wordt gevormd door de hier terug te vinden rivier de ‘Nizerand’. Het is de noordelijke helft van het gebied welke zich kenmerkt door de grootste dichtheid op vlak van wijngaarden. Deze bevinden zich op een ondergrond die doet denken aan graniet en staat er om bekend werkelijk uitstekende wijnen voort te brengen. De welbekende cru’s van Beaujolais zijn dan ook allemaal uit deze regio afkomstig. Het zuidelijk gedeelte is verantwoordelijk voor de productie van niet alleen de ‘Beaujolais-Villages’, maar ook de gewone Beaujolais evenals de welbekende Primeur en Nouveau varianten. 

Het oogsten van de druiven wordt aangevat in het midden van de maand september en neemt gemiddeld twee weken in beslag. Een belangrijk kenmerk van de Beaujolais is dat het tot op de dag van vandaag nog steeds verplicht is om de druiven handmatig te plukken. Dit uiteraard in het bijzonder om de meest optimale kwaliteit van de productie te kunnen waarborgen. Na de pluk wordt er voor gekozen om de druiven zo spoedig mogelijk en in onbeschadigde staat naar de perskelder te brengen. Dit is belangrijk omdat er anders een soort van voorgisting plaats kan vinden. Deze kan het gevolg zijn van twee factoren, namelijk: 

  • Het beschadigd raken van de druiven;
  • Het vervoeren van de druiven onder een blakende zon; 

Op het ogenblik dat er sprake is van een voorgisting is dit nefast voor de uiteindelijke kwaliteit van de wijn. Op het ogenblik dat de druiven in de kelders worden ontvangen worden ze ontsteeld en gekneusd waarna de vinificatie kan beginnen. De rode Beaujolais is het gevolg van het feit dat de gamay kleur aan de schillen wordt onttrokken. Deze kleurstoffen zijn terug te vinden tegen de binnenwand van de schil. Door er voor te kiezen om de vruchten met de schillen te laten gisten worden de kleurstoffen onttrokken aan de schil waardoor ze de wijn haar typische kleur kunnen geven. Het totale gistingsproces is in de praktijk veelal een werk van lange adem. Ze kan dan ook zonder probleem 14 dagen in beslag nemen. Het gistingsproces blijft in principe duren tot op het ogenblik dat de gistcellen een alcoholgehalte hebben bereikt van 13 à 14 graden. 

Het oversteken van de most vindt plaats op het ogenblik dat de fermentatie op haar einde loopt. Eenmaal in de vaten volgt na afloop van de wintermaanden de malolactische gisting. Hierbij wordt het aanwezige appelzuur in een periode van twee à drie weken afgebroken en vervolgens omgezet in melkzuur. Na afloop van de tweede gisting volgt vervolgens de soutirage. Hierbij wordt de wijn terug overgestoken op nieuwe vaten waarbij de wijn wordt gescheiden van het bezinksel van de tweede gisting. 

Het is zo dat voor de Beaujolais niet alleen maar de traditionele gistingsmethode wordt toegepast. Daarnaast wordt er namelijk eveneens op grote schaal voor gekozen om de ‘macération carbonique’ toe te passen. Deze keuze is eigenlijk best voor de hand liggend, want de gistingsmethode maakt het mogelijk om zeer fruitige wijnen te realiseren welke snel gedronken kunnen worden. De druiven worden in dit geval niet ontsteeld en ook niet gekneusd. Ze komen dan ook in hun geheel in de gistingstank terecht. Het gewicht van de bovenliggende druivenmassa is verantwoordelijk voor het kneuzen van de onderste rij waardoor de fermentatie op gang kan worden gebracht. De toegepaste macération carbonique techniek zorgt dan ook in de praktijk steevast voor de realisatie van bijzonder fruitige en bovendien ook geurige wijnen welke eenvoudig te drinken zijn. Ze typeren zich in de praktijk onder meer door: 

  • Een lage zuurtegraad;
  • Een bescheiden tanninegehalte; 

Bovenstaande eigenschappen zorgen er voor dat de wijnen niet alleen rond, maar ook soepel smaken. De gamay druif leent zich hier perfect voor.